De regels in een notendop: instemmingsrecht van de ondernemingsraad bij pensioenkwesties

In de praktijk is niet altijd even duidelijk of de OR instemmingsrecht heeft bij pensioenkwesties. De werkgever zal zich dan de vraag moeten stellen of hij de OR voor de zekerheid instemming zal vragen, waardoor hij mogelijk draagvlak binnen de onderneming creëert en de kans van slagen van een eenzijdige wijziging vergroot, maar waardoor hij tegelijkertijd mogelijk een bovenwettelijk instemmingsrecht aan de OR geeft. De regels over het instemmingsrecht luiden in een notendop:

Als de OR instemmingsrecht heeft, maar geen instemming heeft verleend:

  • kan de OR de nietigheid van het besluit inroepen, indien de ondernemer het besluit toch neemt. De OR moet dat doen binnen een maand nadat het besluit aan de OR is medegedeeld of, bij gebreke van een mededeling, nadat de OR is gebleken dat het besluit wordt uitgevoerd;
  • kan de ondernemer vervangende toestemming vragen aan de kantonrechter. De kantonrechter mag die toestemming alleen geven, indien het onredelijk is dat de OR niet instemt, of indien er zwaarwegende bedrijfsredenen zijn. De bewijslast rust op de ondernemer.

Sinds 1 oktober 2016 geldt dat de OR bij de volgende kwesties instemmingsrecht heeft, als die betrekking hebben op alle of een groep van in de onderneming werkzame personen:

  • De OR heeft instemmingsrecht bij een besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van regelingen op grond van een pensioenovereenkomst, ongeacht de soort pensioenuitvoerder.

    Hieronder vallen ook onderdelen van de uitvoeringsovereenkomst. Dat zijn in ieder geval de volgende drie onderdelen: 1) regelingen over de wijze waarop de verschuldigde premie wordt vastgesteld, 2) de maatstaven voor en de voorwaarden waaronder toeslagverlening plaatsvindt, en 3) de keuze voor een bepaalde, al dan niet buitenlandse, pensioenuitvoerder. Kernvraag om te bepalen of de OR instemmingsrecht heeft ten aanzien van andere onderdelen van de uitvoeringsovereenkomst, is of het betreffende onderdeel invloed heeft op de arbeidsvoorwaarde pensioen. Bij verschil van inzicht daarover tussen de OR en de ondernemer, zal uiteindelijk de rechter moeten beslissen. De bewijslast rust op de OR.

    Over elke voorgenomen vaststelling, wijziging of intrekking van een uitvoeringsovereenkomst, moet de ondernemer de OR zo spoedig mogelijk informeren.

  • Instemming van de OR is vereist indien de ondernemer de bevoegdheid tot wijziging van de pensioenovereenkomst wil overdragen aan het pensioenfondsbestuur. Ten aanzien van besluiten die het pensioenfondsbestuur op basis daarvan neemt, heeft de OR vervolgens geen instemmingsrecht meer.

Het instemmingsrecht geldt slechts voor zover:

  • De kwestie niet bij CAO is geregeld;
  • Ter zake de kwestie geen sprake is van verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds.