Op voorsprong of op achterstand door geschillencommissie van pensioenfonds?

Wie een geschil met een pensioenfonds heeft, kan dat geschil in de regel voorleggen aan de geschillencommissie van het betreffende fonds. Dat kan aantrekkelijk zijn, want de procedure bij een geschillencommissie is vaak relatief eenvoudig en goedkoop. Laagdrempelig dus. Waarom niet gewoon een poging wagen? Bovendien kan de Ombudsman Pensioenen zich in beginsel pas over de zaak buigen, nadat het geschil langs de geschillencommissie is geweest.

Toch is de route langs een geschillencommissie van een pensioenfonds niet altijd een goed idee.

Dat komt vooral doordat een buitenstaander lastig kan inschatten of de geschillencommissie van het pensioenfonds, in de praktijk daadwerkelijk objectief en onafhankelijk van dat pensioenfonds kan oordelen. Feit is dat de leden van de geschillencommissie in de regel worden betaald door het pensioenfonds. Wiens brood men eet diens taal men spreekt? Soms lijkt dat zo te zijn.

Vraagtekens bij de onafhankelijkheid van een geschillencommissie zijn vooral vervelend als in het reglement van die geschillencommissie is bepaald, dat de uitspraak van de commissie “bindend” is. Want dat betekent dat een klager die na een negatieve uitspraak van de commissie alsnog bij de rechter zijn gelijk wil halen, door die uitspraak op grote achterstand is komen te staan. Een rechter is namelijk óók gebonden aan de uitspraak van de geschillencommissie en zal daardoor geen eigen afweging meer kunnen maken. Dat is alleen anders, indien de rechter van oordeel is dat de uitspraak van de commissie “onaanvaardbaar” is. Tot dat oordeel zal de rechter niet snel komen. “Onaanvaardbaarheid” is een hele hoge horde, die de klager zonder de uitspraak van de geschillencommissie niet zou hebben hoeven nemen.

Wie overweegt een geschil aan een geschillencommissie voor te leggen, doet er dus goed aan vooraf na te gaan of de uitspraak van de commissie bindend is. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de Commissie van Beroep van PFZW en bij de Commissie van Geschillen van het pensioenfonds voor verloskundigen (SPV). En indien de uitspraak bindend is, zou de klager zich vooraf moeten afvragen of hij zich bij een eventuele negatieve uitspraak van de geschillencommissie wil en kan neerleggen. Want de kans dat een rechter die negatieve beslissing nog zal (kunnen) terugdraaien, is waarschijnlijk klein. De route naar de Ombudsman Pensioenen is er dan nog wel, maar het staat het pensioenfonds vrij om het advies van de Ombudsman Pensioenen naast zich neer te leggen, omdat het advies van de Ombudsman Pensioenen juist niet bindend is.

Maar zeker indien de uitspraak van de geschillencommissie niet bindend is, is het goed te bedenken dat geschillencommissies in het leven zijn geroepen om onnodige juridische procedures te voorkomen. Want daar zit ook een pensioenfonds niet op te wachten. Een pensioenfonds zal zich in de regel neerleggen bij een voor de klager positief oordeel van de geschillencommissie. En stapt het pensioenfonds toch naar de rechter, dan heeft de klager door het positieve oordeel van de geschillencommissie van het pensioenfonds bij de rechter een voorsprong.